Antwoord op al uw vragen

Wat houdt archeologische begeleiding in?

De archeoloog registreert vondst- en spoorgegevens van een vindplaats, zonder daarbij sleuven of putten aan te leggen of grondsporen uit te graven.

Wanneer vraag ik om archeologische begeleiding? 

Bodemverstorende activiteiten die om niet-archeologische redenen plaatsvinden en waar gegronde redenen zijn om aan te nemen dat archeologische waarden aanwezig zijn, vragen om archeologische begeleiding.

Wat betekent bevoegd gezag? Wie heeft bevoegd gezag? 

De gemeente besluit over de selectie van behoudenswaardige archeologische terreinen. De gemeente laat Programma's van Eisen voor archeologische werkzaamheden opstellen en/of goedkeuren en beoordeelt rapportages.

Wat is de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW)? 

De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) is een kaart van de provincie Noord-Holland waarop waardevolle archeologische, historisch-geografische en historisch-(steden)bouwkundige elementen zijn aangeduid. De kaart signaleert en informeert en is bedoeld als bron van inspiratie in de ruimtelijke ontwikkeling.

Wat is de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA)?

In de archeologische beroepsgroep gelden de normen en kwaliteitseisen voor uitvoeringswerkzaamheden, zoals door het Centraal College van Deskundigen vastgelegd. De KNA is een verplichte norm voor alle instellingen en personen die werken binnen de archeologische monumentenzorg in Nederland. Het gaat daarbij onder meer om: veldonderzoek, opgraven, registreren, deponeren van vondsten en de archeologische begeleiding van projecten.

Wat betekent ‘archeologievriendelijk bouwen’?

Er gelden richtlijnen voor heipalen die diverse gemeenten in Nederland hanteren (LINK: Convent van Gemeente-archeologen): 1. In totaal wordt niet meer dan 5% van het totale oppervlak van het bebouwde deel van het bouwplan dieper dan 50 cm onder het maaiveld verstoord. Voor heipalen wordt hierbij de volgende berekening gehanteerd: de verstoring per heipaal is twee keer de oppervlakte van de paal zelf. 2. Als er een alternatief is, wordt de bodem niet dieper dan 50 cm onder het maaiveld verstoord. Dus geen (parkeer)kelders, ondergrondse kruipruimtes, ondergrondse afvalinzameling, liftputten en/of zwembaden etc. 3. Nieuwe kabels en leidingen worden in bestaande kabel- en leidingentracés gelegd. 4. Bestaande bebouwing wordt gesloopt tot het maaiveld. Oude funderingen worden niet verwijderd, ook niet voor het heien. Door funderingen heen heien is wel toegestaan. 5. De afstand tussen twee rijen heipalen is minimaal vijf meter, gemeten tussen de palen. 6. Er worden niet meer heipalen geslagen dan uit constructief oogpunt minimaal is vereist. Daar waar andere mogelijkheden zijn (bouwen op staal of andere fundering) worden die mogelijkheden toegepast. Indien er geen andere mogelijkheden zijn, moet worden onderbouwd waarom uitsluitend heipalen kunnen worden toegepast. Schuurtjes, tuinmuren en andere kleine bouwwerken mogen niet worden onderheid. 7. Er zijn geen onderheide poeren (clusters van palen). 8. Heipalen worden geslagen, tenzij vanwege aantoonbare omgevingsfactoren geschroefde heipalen noodzakelijk zijn. 9. Aanvrager laat door een daartoe gecertificeerd bedrijf ter plaatse van of vlak naast de heipalen een boring tot 4 meter diepte zetten. Deze boring dient om het bodemarchief in kaart te brengen. De boring geldt ook als 0-meting voor de toestand van het bodemarchief, voordat er gebouwd gaat worden. 10. Liever grondvervangende dan grondverdringende palen. 11. Als de heipalen in de toekomst worden verwijderd, kan ervoor gekozen worden de bodem om de heipalen eerst archeologisch te onderzoeken en dan zorgvuldig te verwijderen.

Ik wil grondroerende werkzaamheden uitvoeren. Wat betekent het archeologiebeleid van de gemeente voor me?

Op de Beleidskaart Archeologie van de betreffende gemeente zijn archeologiegebieden te onderscheiden die zijn aangegeven met een kleur. Deze gebieden zijn gebaseerd op de ontwikkelings- en bewoningsgeschiedenis van dat gebied en de kans dat er archeologische resten in de grond zitten.

Waarom een Beleidsnota Archeologie?

In een Beleidsnota Archeologie legt de gemeente uit hoe zij verantwoordelijkheid neemt voor de archeologische resten in de gemeente. De Beleidsnota Archeologie is een resultaat van de herziening van de Monumentenwet 1988 die in september 2007 plaatsvond. De verwachting is dat tegenwoordig 80% van de gemeenten in Noord-Holland vastgesteld archeologiebeleid hebben.

Wat kost archeologisch onderzoek? 

De kosten die archeologisch onderzoek met zich meebrengt zijn moeilijk te voorspellen. Veel gemeenten hebben in de begroting van eigen ruimtelijke projecten een post voor archeologisch onderzoek opgenomen. Daarnaast bouwen zij vaak een reserve op waar ontwikkelaars beroep op kunnen doen als de kosten voor archeologisch onderzoek hoger zijn dan verwacht. Hieronder een grove inschatting van de kosten voor archeologisch onderzoek:

* Archeologisch bureauonderzoek kost ongeveer € 2.000.
* Booronderzoek (verkennend, karterend en waarderend booronderzoek) komt neer op circa € 1.500 voor een plan kleiner dan 1 hectare en € 4.000 voor een plan tussen 1 en 5 hectare.
* Inventariserend proefsleuvenonderzoek kost circa € 8000 tot € 40.000.
* Een opgraving kost al gauw € 40.000 voor plangebieden kleiner dan 1 ha en minimaal € 150.000 voor plangebieden tussen 1 en 5 ha. De opgravingskosten zijn mede afhankelijk van de omvang en complexiteit.
* Een Programma van Eisen dat verplicht is bij proefsleuvenonderzoek en opgravingen kost tussen € 1.500 en € 2.000.

Hoe waarborgt de gemeente kwaliteit van archeologisch onderzoek? 

De gemeente waarborgt de kwaliteit van archeologisch onderzoek door gecertificeerde bedrijven in te huren. Bij twijfel laten zij rapporten, offertes, Programma’s van Eisen en Plannen van Aanpak toetsen door een senior-archeoloog. Deze toets is trouwens niet wettelijk verplicht.

Hoe vind ik een gecertificeerde archeoloog? 

Op www.sikb.nl staat een lijst met bedrijven die opgravingen mogen verrichten in heel Nederland. Deze bedrijven werken onder een vergunning van de minister, voldoen aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en staan onder toezicht van de Erfgoedinspectie. Het is aan te raden bedrijven te bellen voor beschikbaarheid en vervolgens enkele offertes op te vragen op basis van het Programma van Eisen. Doorgaans nemen de bedrijven het werk aan voor een vast bedrag, waarbij wel een aantal stelposten worden opgenomen voor onderdelen die moeilijk van tevoren zijn in te schatten.

Wat valt onder de beschermde status van een monument?

Bij (rijks)monumenten is het hele object beschermd inclusief eventuele latere uitbreidingen en aanpassingen, tenzij in de redengevende omschrijving expliciet is aangegeven dat een onderdeel niet onder de bescherming valt. Zie een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak uit 2005. Wanneer de onderdelen een bouwkundige en functionele eenheid vormen vallen ze dus onder de monumentenstatus. Alle bestanddelen van de onroerende zaak, zoals de fundering, gevel en gevelonderdelen (bijvoorbeeld ook een trap, of bordes), draagconstructie, kap, vloeren, vloerafwerking en interieur (bijvoorbeeld plafond, wandafwerking, trappen, deuren en schouwen) maken deel uit van het beschermd monument, ook al zijn deze onderdelen niet in de redengevende omschrijving genoemd. Daarbij geldt het civielrechtelijke onderscheid op grond van artikel 3:4 van het Burgerlijk Wetboek: zaken maken deel uit van onroerend goed als zij daar niet van kunnen worden gescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht. Losse objecten bij een monument, bijvoorbeeld een tuinhek of tuinhuis, moeten over het algemeen in de redengevende omschrijving worden genoemd. Anders vallen ze niet onder de bescherming.
Voor gemeentelijke monumenten kunnen per gemeente afwijkende normen gelden voor de reikwijdte van de beschermde status. Het e.a. hangt af van de lokale monumentenverordening en de redengevende omschrijving.

Wanneer is het gewenst een monumentenspecialist in te schakelen?

De richtlijnen zijn bedoeld ter ondersteuning van de dagelijkse inspectiepraktijk en stellen een inspecteur in staat om te controleren of werkzaamheden voldoende aansluiten bij de minimaal vereiste restauratiekwaliteit. Indien hij of zij een afwijking onderkent is daarna de tussenkomst van een monumentenspecialist noodzakelijk. De verdere stappen en oplossingsrichtingen zullen in samenspraak met de monumentenspecialist moeten worden bepaald.

Wat te doen na brand in een monument?

Na een brand dient bij een rijksmonument zo snel mogelijk de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) in kennis te worden gesteld. De RCE kan dan een opname doen en bepalen in welke mate het monument als verloren is beschouwd en of het monument nog hersteld kan worden. Als het monument volledig verloren is, wordt het uit het monumentenregister geschreven.
Bij een provinciaal of gemeentelijk monument dient de betreffende monumenteninstantie in kennis te worden gesteld.
Wanneer delen van een monument wegens instortingsgevaar worden ontmanteld is het van belang dat de onderdelen, indien mogelijk, worden opgeslagen met het oog op herstel of als voorbeeld voor reconstructie. Het herstellen, herbouwen of herslopen van een monument is vergunningsplichtig.

Kan een monumenteneigenaar verplicht worden tot onderhoud?

Aan een eigenaar van een monument kan in bepaalde gevallen de verplichting worden opgelegd zijn monument te onderhouden. Meer over onderhoudsplicht

Wat is de betekenis van bepaalde begrippen die bij restauratie en onderhoud van monumenten worden gebruikt?

Allerlei begrippen die in dit vakgebied worden gebruikt zijn te vinden op www.stichtingERM.nl

Wat is een gemeentelijk monument?

Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening. Bekijk het monumentenbeleid per gemeente

Waar vind ik een overzicht van monumenten in Nederland?

Het monumentenregister van de RCE bevat gegevens van alle monumenten in Nederland die door het Rijk zijn aangewezen als beschermd monument. Deze rijksmonumenten zijn van nationale betekenis. Bijna alle rijksbeschermde monumenten zijn in particulier bezit.

Waar vind ik het monumentenbeleid van mijn gemeente?

Bekijk het monumentenbeleid per gemeente.

Waar kan ik subsidie voor restauratie van een rijksmonument aanvragen?

Tijdig onderhoud kan dure en ingrijpende restauraties voorkomen. Daarom stimuleert de overheid eigenaren van rijksmonumenten tot planmatig onderhoud. Dat gebeurt onder andere met subsidies voor instandhouding, herbestemming en restauratie.
Heeft u voor uw rijksmonument een rijkssubsidie ontvangen of u wilt er een aanvragen? Via het Restauratiefonds krijgt u meer informatie over het traject, vindt u links naar inhoudelijke informatie over de subsidies en leest u hoe de uitbetaling van deze subsidies in zijn werk gaat.

Is er een subsidieregeling voor herbestemmingsprojecten?

De provincie Noord-Holland stelt voor 2016 100.000 euro beschikbaar voor onderzoek naar de haalbaarheid van herbestemming van monumenten.
De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) heeft de Subsidieregeling Stimulering Herbestemming Monumenten. De regeling is bedoeld voor gebouwen die zich niet heel makkelijk lenen voor een nieuwe, andere functie zoals kerken, industriegebouwen, scholen etc. Woonhuizen vallen buiten de regeling, met uitzondering van woonhuizen welke del uitmaken van herbestemmingsopgave van een groter complex. 

Wat valt onder de beschermde status van een monument?

Bij (rijks)monumenten is het hele object beschermd inclusief eventuele latere uitbreidingen en aanpassingen, tenzij in de redengevende omschrijving expliciet is aangegeven dat een onderdeel niet onder de bescherming valt. Zie een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak uit 2005. Wanneer de onderdelen een bouwkundige en functionele eenheid vormen vallen ze dus onder de monumentenstatus. Alle bestanddelen van de onroerende zaak, zoals de fundering, gevel en gevelonderdelen (bijvoorbeeld ook een trap, of bordes), draagconstructie, kap, vloeren, vloerafwerking en interieur (bijvoorbeeld plafond, wandafwerking, trappen, deuren en schouwen) maken deel uit van het beschermd monument, ook al zijn deze onderdelen niet in de redengevende omschrijving genoemd. Daarbij geldt het civielrechtelijke onderscheid op grond van artikel 3:4 van het Burgerlijk Wetboek: zaken maken deel uit van onroerend goed als zij daar niet van kunnen worden gescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht. Losse objecten bij een monument, bijvoorbeeld een tuinhek of tuinhuis, moeten over het algemeen in de redengevende omschrijving worden genoemd. Anders vallen ze niet onder de bescherming.
Voor gemeentelijke monumenten kunnen per gemeente afwijkende normen gelden voor de reikwijdte van de beschermde status. Het e.a. hangt af van de lokale monumentenverordening en de redengevende omschrijving.